Papier bestaat uit een mengsel van (grond)stoffen. De basis wordt gevormd door pulp. De pulp bestaat uit vezels en water. De meest gebruikte vezel is de houtvezel, of deze nu direct uit een boom komt of via oudpapier in de pulp verschijnt. Om de pulp geschikt te maken voor gebruik en om de gewenste kwaliteit van papier en karton te bereiken worden (product- en proces)hulpstoffen toegevoegd aan de pulp.
Papier begint bij bomen. Hout is in de meeste gevallen de bron van papier en karton. Om papier te maken worden vezels gebruikt. Celstof, in de vorm van houtvezel, is de belangrijkste grondstof voor papier. Celstof wordt ook wel pulp, papierpulp, papiervezel en cellulose genoemd. Steeds meer wordt oudpapier gebruikt als grondstof voor nieuw papier. In Nederland is oudpapier zelfs de belangrijkste grondstof voor het maken van papier en karton. Nederland is koploper in het hergebruik van oudpapier. 75% van het in Nederland gemaakte papier en karton bestaat uit oudpapier.
Zowel naaldhout als loofhout (inclusief eucalyptushout) wordt gebruikt als grondstof voor papier en karton. Iedere boomsoort levert vezels met specifieke kwaliteiten. Bomen die vezels voor de papierindustrie leveren zijn:
Fijnspar (vurenhout);
Grove den (grenenhout);
Berk;
Populier;
Beuk;
Eucalyptus.
Neen. De houtvezel van tropisch hout is niet geschikt voor de productie van papier.
Ja. Denk aan bamboe en gras. Zelfs mineralen kunnen worden gebruikt als grondstof voor papier.