Papier is een organisch materiaal waarop kan worden geschreven en getekend, en dat kan worden bedrukt. Het kan worden gemaakt van natuurlijke grondstoffen (zoals hout, riet, katoen, bamboe en gras) maar ook van oudpapier.
Karton is in wezen dik papier. De grondstoffen en de fabricage van papier en karton tonen grote gelijkenis. Van 16 g/m2 tot en met een gramgewicht van 179 g/m2 wordt gesproken van papier. Vanaf 180 g/m2 is sprake van karton. Dun karton, oftewel vouwkarton, wordt gemaakt van 180 g/m2 tot ca. 600 g/m2. Dik karton, dat wil zeggen boven de 600 g/m2, wordt massiefkarton (of grijskarton) genoemd. Karton is stevig en wordt daarom gemaakt voor andere toepassingen dan papier, bijvoorbeeld voor verpakkingen. Golfkarton wijkt qua productie af van de andere kartonsoorten. In de golfkartonmachine worden drie of meer lagen papier op elkaar gelijmd.
Vier hoofdsoorten karton worden onderscheiden:
golfkarton;
massiefkarton;
vouwkarton (inclusief dranken verpakkingen en carrierboard);
vormkarton.
Golfkarton bestaat uit één of meerdere lagen gegolfd papier. In combinatie met één of meer lagen vlak papier krijgen deze lagen een bepaalde stijfheid of sterkte met stootwerende eigenschappen. De afzonderlijke lagen papier, liners genoemd, bestaan meestal uit sterke papiersoorten. Een onderscheid kan worden gemaakt tussen enkelzijdig golfkarton (een gegolfde papierbaan, geplakt op een gladde deklaag) en dubbelzijdig golfkarton (een gegolfde papierbaan waarop aan weerszijden een deklaag is geplakt).
Het in Nederland verkrijgbare papier komt zowel uit Nederland als via import uit andere landen. 75% van het in Nederland gemaakt papier heeft oudpapier als basis. Er worden ook verse houtvezels geïmporteerd voor het maken van papier in Nederland. Deze vezels komen voornamelijk uit Europa en Noord-Amerika. De vezels zijn afkomstig uit duurzaam beheerde bossen. Het in Nederland gemaakte papier wordt voornamelijk afgezet op de Europese markt (circa 90%).
Papier is een organisch materiaal waarop kan worden geschreven en getekend, en dat kan worden bedrukt. Het kan worden gemaakt van natuurlijke grondstoffen (zoals hout, riet, katoen, bamboe en gras) maar ook van oudpapier.
Karton is in wezen dik papier. De grondstoffen en de fabricage van papier en karton tonen grote gelijkenis. Van 16 g/m2 tot en met een gramgewicht van 179 g/m2 wordt gesproken van papier. Vanaf 180 g/m2 is sprake van karton. Dun karton, oftewel vouwkarton, wordt gemaakt van 180 g/m2 tot ca. 600 g/m2. Dik karton, dat wil zeggen boven de 600 g/m2, wordt massiefkarton (of grijskarton) genoemd. Karton is stevig en wordt daarom gemaakt voor andere toepassingen dan papier, bijvoorbeeld voor verpakkingen. Golfkarton wijkt qua productie af van de andere kartonsoorten. In de golfkartonmachine worden drie of meer lagen papier op elkaar gelijmd.
Vier hoofdsoorten karton worden onderscheiden:
golfkarton;
massiefkarton;
vouwkarton (inclusief dranken verpakkingen en carrierboard);
vormkarton.
Golfkarton bestaat uit één of meerdere lagen gegolfd papier. In combinatie met één of meer lagen vlak papier krijgen deze lagen een bepaalde stijfheid of sterkte met stootwerende eigenschappen. De afzonderlijke lagen papier, liners genoemd, bestaan meestal uit sterke papiersoorten. Een onderscheid kan worden gemaakt tussen enkelzijdig golfkarton (een gegolfde papierbaan, geplakt op een gladde deklaag) en dubbelzijdig golfkarton (een gegolfde papierbaan waarop aan weerszijden een deklaag is geplakt).
Het in Nederland verkrijgbare papier komt zowel uit Nederland als via import uit andere landen. 75% van het in Nederland gemaakt papier heeft oudpapier als basis. Er worden ook verse houtvezels geïmporteerd voor het maken van papier in Nederland. Deze vezels komen voornamelijk uit Europa en Noord-Amerika. De vezels zijn afkomstig uit duurzaam beheerde bossen. Het in Nederland gemaakte papier wordt voornamelijk afgezet op de Europese markt (circa 90%).
Grondstoffen
Papier bestaat uit een mengsel van (grond)stoffen. De basis wordt gevormd door pulp. De pulp bestaat uit vezels en water. De meest gebruikte vezel is de houtvezel, of deze nu direct uit een boom komt of via oudpapier in de pulp verschijnt. Om de pulp geschikt te maken voor gebruik en om de gewenste kwaliteit van papier en karton te bereiken worden (product- en proces)hulpstoffen toegevoegd aan de pulp.
Papier begint bij bomen. Hout is in de meeste gevallen de bron van papier en karton. Om papier te maken worden vezels gebruikt. Celstof, in de vorm van houtvezel, is de belangrijkste grondstof voor papier. Celstof wordt ook wel pulp, papierpulp, papiervezel en cellulose genoemd. Steeds meer wordt oudpapier gebruikt als grondstof voor nieuw papier. In Nederland is oudpapier zelfs de belangrijkste grondstof voor het maken van papier en karton. Nederland is koploper in het hergebruik van oudpapier. 75% van het in Nederland gemaakte papier en karton bestaat uit oudpapier.
Zowel naaldhout als loofhout (inclusief eucalyptushout) wordt gebruikt als grondstof voor papier en karton. Iedere boomsoort levert vezels met specifieke kwaliteiten. Bomen die vezels voor de papierindustrie leveren zijn:
Fijnspar (vurenhout);
Grove den (grenenhout);
Berk;
Populier;
Beuk;
Eucalyptus.
Neen. De houtvezel van tropisch hout is niet geschikt voor de productie van papier.
Ja. Denk aan bamboe en gras. Zelfs mineralen kunnen worden gebruikt als grondstof voor papier.
Productie
Papier wordt hoofdzakelijk gemaakt van hout of oudpapier. Na het zagen worden de stammen en takken verkleind tot spaanders zodat ze beter kunnen worden verwerkt. De houtspaanders (of chips) worden fijngemalen of gekookt. In beide gevallen worden de vezels in het hout van elkaar losgemaakt. Door water bij de vezels te voegen ontstaat pulp (een brij van papiervezels). Pulp is de grondstof voor nieuw papier, of die nu van verse vezels komt of van oudpapier. Als oudpapier de grondstof is wordt het ingezamelde papier en karton opgelost in water en gereinigd en indien voor het eindproduct gewenst ontinkt en gebleekt. Daarna is de papierpulp klaar voor productie. Als de pulp de papiermachine ingaat bestaat deze voor 99% uit water en 1% uit houtvezels. De pulp gaat over een zeef. Een groot deel van het water wordt afgevoerd in deze fase. Vervolgens wordt het papier tussen rollen geperst en aansluitend gedroogd. Als het papier klaar is bestaat het voor nog maar 6 à 10 procent uit water, afhankelijk van de papiersoort. Het wordt op een grote brede rol gewikkeld en daarna tot kleinere en smallere rollen of vellen gesneden. Dan is het klaar voor gebruik.
Neen. Integendeel. Op wereldniveau verdwijnt er veel bos. Maar mede door de grote productiebossen van de hout- en papierindustrie groeit de bosoppervlakte in Europa. Sinds 1950 is het Europese bosoppervlak toegenomen met 30%. Met zorg wordt bos verbouwd, geoogst en hergeplant. 11% van het wereldwijd geoogste hout wordt direct door de papierindustrie gebruikt. Ter vergelijking: 50% van het geoogste hout wordt gebruikt om te verwarmen en koken. Verantwoord beheerde bossen dragen bij aan de vermindering van de klimaatverandering. Tropisch hout wordt niet gebruikt voor de productie van papier. De houtvezels daarvan zijn niet geschikt voor de papierproductie.
Pulp van houtvezels is de basis van papier. De pulp is een natuurproduct. Pulp is niet wit. Afhankelijk van de uiteindelijke toepassing wordt pulp gebleekt.
Pulp kan op verschillende wijzen worden gebleekt:
Chloorbleking komt vrijwel niet meer voor. Chloorbleking komt bij Nederlandse papierfabrieken zelfs helemaal niet voor. Bleekchemicaliën kunnen zijn zuurstof, waterstofperoxide en ozon.
Ja. Iedere vorm van productie kost energie en grondstof. Het maken van papier en karton kost relatief veel energie en water. De papierindustrie probeert zo efficiënt mogelijk om te gaan met energie en daarbij zoveel mogelijk grondstoffen te hergebruiken. Hout is de primaire bron van papier en karton. Bomen nemen CO2 op. Zij neutraliseren de CO2-uitstoot van de productie grotendeels. Jonge bomen nemen meer CO2 op dan oude bomen. Het bosoppervlakte in Europa groeit. De productiebossen van de hout- en papierindustrie zijn daar mede oorzaak van. Door gebruik van bio-energie, bijvoorbeeld uit hout(resten), kan de industrie vrijwel volledig in haar eigen energiebehoefte voorzien. De Europese papierindustrie verzorgt meer dan de helft van haar eigen energie met bio-energie. Sterker nog, de papierindustrie levert zoveel bio-energie dat zij inmiddels een grote energieleverancier is. De papierindustrie is koploper in de biobased economy. Ook restwarmte wordt ingezet in het productieproces. Ieder jaar stelt de industrie zich ten doel nog minder water te gebruiken. En dat lukt! Daarnaast wordt circa 90% van het gebruikte papier en karton ingezameld en hergebruikt. 75% van het in Nederland gemaakte papier en karton bestaat uit oudpapier.
De productie van papier is relatief energie-intensief. Echter, 54% van de door de Europese papierindustrie gebruikte energie is bio-energie. Ter illustratie: voor de productie van 200 kilo papier is 500 kWh nodig. 500 kWh is ook nodig om een desktop computer 5 maanden non-stop aan te laten of een 60 Watt lamp één jaar lang continu te laten branden.
Papier en CO2
Hout is de primaire bron van papier en karton. Bomen nemen CO2 op. Zij neutraliseren de CO2-uitstoot van de productie van papier en karton grotendeels. Door de CO2-opname van bomen vermindert de hoeveelheid CO2 in de lucht. Dit proces gaat door totdat de boom wordt verbrand of sterft. CO2 blijft in de pulp en in het papier. Een vel papier is daarmee een CO2-opslagplaats! Pas als hout of papier wordt verbrand komt de daarin opgeslagen CO2 vrij. Let wel, dat is eerder opgeslagen CO2. Wordt hout of oudpapier gebruikt als brandstof dan is sprake van een CO2-neutrale brandstof.
Het is lastig om een eenduidig antwoord te geven op deze vraag. Ten eerste is het antwoord afhankelijk van de soort papier waarop de vraag betrekking heeft. Maar ook van de manier waarop de uitstoot wordt berekend. Wordt een unieke eigenschap van de grondstof van papier en karton meegerekend dan ontstaat een ander antwoord dan wanneer dat niet gebeurt. Papier biedt net als hout CO2-opslag. Ook bij recycling blijft de CO2 bewaard in het papier. Door de hoeveelheid CO2 die aan de lucht wordt ontrokken (opname) door bomen wordt de CO2-emissie van de productie van papier en karton voor een belangrijk deel geneutraliseerd. Daarbij gebruikt de papierindustrie voor een groot deel bio-energie als brandstof. Die brandstof is CO2-neutraal.
Wordt de CO2-opname van bos niet meegerekend dan kan de CO2-emissie van de productie van een vel A4-papier worden vegeleken met de uitstoot die één Google-search-opdracht teweeg brengt.
Bij iedere productie van producten komt CO2 vrij, ook bij die van papier en tijdschriften. Hout is de primaire bron van papier en heeft een aantal zeer duurzame eigenschappen. Bomen nemen CO2 op. De CO2-opname van bomen vermindert de hoeveelheid CO2 in de lucht. Dit proces gaat door totdat de boom wordt verbrand of sterft. Bomen neutraliseren de CO2-uitstoot van de productie van papier grotendeels. De CO2 die is opgeslagen in het hout blijft ook opgeslagen in het papier. Een vel papier is een CO2 opslagplaats! Pas als hout of papier wordt verbrand komt de daarin opgeslagen CO2 vrij. Dat is dus eerder opgeslagen CO2 en dus CO2-neutraal. Weet ook dat geen industrie zo zorgvuldig omgaat met grondstoffen als de papierindustrie. In 54% van het energiegebruik van de Europese papierindustrie wordt voorzien met bio-energie. Dat is energie uit hernieuwbare bronnen, zoals boomschors en-takken die niet worden gebruikt voor het maken van papier. Nadat het papier gereed is kan het tijdschrift worden gemaakt. Ook daarbij wordt energie gebruikt en komt CO2 vrij. Denk aan het gebruik van computers, drukpersen en transport. Wordt de CO2-opname van bos niet meegerekend dan kan de CO2-emissie van de productie en distributie van 1 glossy tijdschrift worden vergeleken met:
Recycling
In Nederland wordt ruim 2,8 miljoen ton nieuw papier en karton per jaar gebruikt. Oudpapier en –karton zijn in Nederland de belangrijkste grondstof voor de productie van nieuw papier en karton. Het is dus geen afval. Weggooien bij het restafval is verspilling. Alleen oudpapier dat gescheiden van het restafval wordt ingezameld, kan worden hergebruikt. Oudpapier dat bij het restafval belandt is nat en vies, en daarmee ongeschikt voor recycling en hergebruik. Recycling bespaart grondstoffen. Door te hergebruiken kan een boom die CO2 opneemt blijven staan.
Oudpapier en –karton uit huishoudens en bedrijven worden gescheiden van het restafval ingezameld. Dit is een eerste stap naar recycling. Door het oudpapier na reiniging en sortering op te lossen in water wordt het papierpulp: vezelbrij. Daarbij komen de papiervezels los van elkaar. Vervuiling (zoals plakband, paperclips en nietjes) wordt verwijderd. Als van de vezelpulp nieuw wit papier en karton wordt gemaakt, wordt de pulp ontinkt en gebleekt. Pulp van oudpapier is namelijk altijd grijs door de drukinkt. Daarna wordt de pulp in de verhouding van 1% vezels en 99% water op de papier- of kartonmachine verwerkt tot nieuw papier en karton. Na droging is het product klaar.
Papier en karton zijn niet eindeloos recyclebaar. Papiervezels verliezen tijdens het recyclingproces een deel van hun sterkte-eigenschappen. Zo worden de vezels bij elke keer dat ze worden gebruikt korter. Dat komt door de behandeling van de vezelpulp die, voorafgaand aan de papier- en kartonproductie, telkens nodig is. Papier dat wordt gefabriceerd met verse vezels is sterker omdat de verse vezels langer zijn dan die uit het oudpapier. Een papiervezel gaat gemiddeld zes tot zeven keer mee. Sommige papiersoorten, zoals waardepapieren en bewaarboeken, worden gemaakt van 100% nieuwe, verse (hout)vezels. Diverse kartonsoorten worden volledig met vezels uit oudpapier geproduceerd.
Alle soorten papier (zonder plastic laagje), zoals kranten, tijdschriften, kopieerpapier, brochures, folders, papieren draagtassen, zakken, telefoongidsen, cadeaupapier, enveloppen (zonder noppenfolie), boeken, verpakkingspapieren, etc. Als het maar droog en schoon is.
Plastic hoesjes om reclamedrukwerk, koffiefilters, hygiëne- en sanitairpapier (tissues, luiers, toiletpapier, keukendoekjes etc.), geplastificeerd papier (vast te stellen door het te scheuren: kan dat niet, dan zit er een plastic laagje op en mag het niet bij het oudpapier), foto's en behangpapier (inclusief vinylbehang), dranken verpakkingen en kartonnen verpakkingen voor vloeibaar wasmiddel of wasverzachter. Papier of karton met verf-, olie- of voedselresten mag ook niet bij het oudpapier.
In Nederland wordt 2.630.000.000 kilo oudpapier (= 2,6 miljoen ton) ingezameld en gerecycled (2009). Dit is 94% van de totale hoeveelheid papier en karton die op de markt wordt gebracht.
94% van het gebruikte papier en karton wordt in Nederland ingezameld en hergebruikt. Nederland staat aan de top in Europa.
Van alle verpakkingen van papier en karton wordt 95% gerecycled (2009).
Van de kranten, tijdschriften, boeken en folders (grafische toepassingen) wordt 93% gerecycled (2009).
Papier en karton zijn niet eindeloos recyclebaar. Het recyclingproces maakt de papiervezels korter en slapper. Bij de productie van nieuw papier en karton zijn verse houtvezels nodig. Een papiervezel gaat 6 tot 7 keer mee. Ook is het zo dat niet al het papier en karton inzamelbaar en/of recyclebaar is. Ongeveer 10% wordt gebruikt om sanitaire producten (zoals toiletpapier en tissues), waardepapier, bewaarboeken en behang van te maken. Die producten worden niet gerecycled omdat ze niet kunnen of uit hygiënisch oogpunt niet mogen worden ingezameld. 100% hergebruik is daarom niet mogelijk. En dit betekent ook dat maximaal 90% van wat op de markt wordt gebracht, inzamelbaar en herbruikbaar is.
Oudpapier en karton zijn grondstof voor nieuw papier en karton. Daarvoor moet er wel het nodige gebeuren. Allereerst dient het papier te worden ingezameld. Is oudpapier en karton eenmaal opgehaald dan sorteren oudpapierondernemingen het op papierkwaliteit. Een onderscheid kan worden gemaakt tussen verpakkingen, gestreken en ongestreken papier. Afhankelijk van de vraag naar een specifieke productsoort worden deze oudpapier en kartonsoorten ingezet voor de productie daarvan. Vraag, aanbod, omstandigheden en materiaaleigenschappen bepalen de keuze en inzet. Gebruikt verpakkingskarton (bijvoorbeeld golfkarton) is niet geschikt voor het maken van nieuw, wit gestreken papier. Andersom is dat wel het geval.
Keurmerken
Er zijn verschillende keurmerken voor (producten van) papier en karton. Ieder milieukeurmerk heeft een eigen grondslag en doelstelling. FSC- en PEFC-keurmerken richten zich op de (duurzame) herkomst van de grondstoffen van papier en karton. Zij hebben betrekking op verantwoord bosbeheer. Het Europees Ecolabel, Nordic Ecolabel (Swan) en Blaue Engel richten zich behalve op de grondstoffen ook op de productieprocessen van producten en thema's als afval, energie- en watergebruik.
Keurmerken zijn belangrijke indicatoren voor de duurzaamheid van een product. Zij bieden een handvat aan de gebruiker. Voor een duurzaam eindproduct als een boek, doos of keukenrol is echter meer nodig dan een keurmerk alleen. Duurzaamheid is de optelsom van grondstoffen, productie, transport, ge- en hergebruik. Alle bij de productie en consumptie betrokken partijen dragen hun steentje bij aan de uiteindelijke duurzaamheid van het product.
Papier is een organisch materiaal waarop kan worden geschreven en getekend, en dat kan worden bedrukt. Het kan worden gemaakt van natuurlijke grondstoffen (zoals hout, riet, katoen, bamboe en gras) maar ook van oudpapier.
Karton is in wezen dik papier. De grondstoffen en de fabricage van papier en karton tonen grote gelijkenis. Van 16 g/m2 tot en met een gramgewicht van 179 g/m2 wordt gesproken van papier. Vanaf 180 g/m2 is sprake van karton. Dun karton, oftewel vouwkarton, wordt gemaakt van 180 g/m2 tot ca. 600 g/m2. Dik karton, dat wil zeggen boven de 600 g/m2, wordt massiefkarton (of grijskarton) genoemd. Karton is stevig en wordt daarom gemaakt voor andere toepassingen dan papier, bijvoorbeeld voor verpakkingen. Golfkarton wijkt qua productie af van de andere kartonsoorten. In de golfkartonmachine worden drie of meer lagen papier op elkaar gelijmd.
Vier hoofdsoorten karton worden onderscheiden:
golfkarton;
massiefkarton;
vouwkarton (inclusief dranken verpakkingen en carrierboard);
vormkarton.
Golfkarton bestaat uit één of meerdere lagen gegolfd papier. In combinatie met één of meer lagen vlak papier krijgen deze lagen een bepaalde stijfheid of sterkte met stootwerende eigenschappen. De afzonderlijke lagen papier, liners genoemd, bestaan meestal uit sterke papiersoorten. Een onderscheid kan worden gemaakt tussen enkelzijdig golfkarton (een gegolfde papierbaan, geplakt op een gladde deklaag) en dubbelzijdig golfkarton (een gegolfde papierbaan waarop aan weerszijden een deklaag is geplakt).
Het in Nederland verkrijgbare papier komt zowel uit Nederland als via import uit andere landen. 75% van het in Nederland gemaakt papier heeft oudpapier als basis. Er worden ook verse houtvezels geïmporteerd voor het maken van papier in Nederland. Deze vezels komen voornamelijk uit Europa en Noord-Amerika. De vezels zijn afkomstig uit duurzaam beheerde bossen. Het in Nederland gemaakte papier wordt voornamelijk afgezet op de Europese markt (circa 90%).
Grondstoffen
Papier bestaat uit een mengsel van (grond)stoffen. De basis wordt gevormd door pulp. De pulp bestaat uit vezels en water. De meest gebruikte vezel is de houtvezel, of deze nu direct uit een boom komt of via oudpapier in de pulp verschijnt. Om de pulp geschikt te maken voor gebruik en om de gewenste kwaliteit van papier en karton te bereiken worden (product- en proces)hulpstoffen toegevoegd aan de pulp.
Papier begint bij bomen. Hout is in de meeste gevallen de bron van papier en karton. Om papier te maken worden vezels gebruikt. Celstof, in de vorm van houtvezel, is de belangrijkste grondstof voor papier. Celstof wordt ook wel pulp, papierpulp, papiervezel en cellulose genoemd. Steeds meer wordt oudpapier gebruikt als grondstof voor nieuw papier. In Nederland is oudpapier zelfs de belangrijkste grondstof voor het maken van papier en karton. Nederland is koploper in het hergebruik van oudpapier. 75% van het in Nederland gemaakte papier en karton bestaat uit oudpapier.
Zowel naaldhout als loofhout (inclusief eucalyptushout) wordt gebruikt als grondstof voor papier en karton. Iedere boomsoort levert vezels met specifieke kwaliteiten. Bomen die vezels voor de papierindustrie leveren zijn:
Fijnspar (vurenhout);
Grove den (grenenhout);
Berk;
Populier;
Beuk;
Eucalyptus.
Neen. De houtvezel van tropisch hout is niet geschikt voor de productie van papier.
Ja. Denk aan bamboe en gras. Zelfs mineralen kunnen worden gebruikt als grondstof voor papier.
Productie
Papier wordt hoofdzakelijk gemaakt van hout of oudpapier. Na het zagen worden de stammen en takken verkleind tot spaanders zodat ze beter kunnen worden verwerkt. De houtspaanders (of chips) worden fijngemalen of gekookt. In beide gevallen worden de vezels in het hout van elkaar losgemaakt. Door water bij de vezels te voegen ontstaat pulp (een brij van papiervezels). Pulp is de grondstof voor nieuw papier, of die nu van verse vezels komt of van oudpapier. Als oudpapier de grondstof is wordt het ingezamelde papier en karton opgelost in water en gereinigd en indien voor het eindproduct gewenst ontinkt en gebleekt. Daarna is de papierpulp klaar voor productie. Als de pulp de papiermachine ingaat bestaat deze voor 99% uit water en 1% uit houtvezels. De pulp gaat over een zeef. Een groot deel van het water wordt afgevoerd in deze fase. Vervolgens wordt het papier tussen rollen geperst en aansluitend gedroogd. Als het papier klaar is bestaat het voor nog maar 6 à 10 procent uit water, afhankelijk van de papiersoort. Het wordt op een grote brede rol gewikkeld en daarna tot kleinere en smallere rollen of vellen gesneden. Dan is het klaar voor gebruik.
Neen. Integendeel. Op wereldniveau verdwijnt er veel bos. Maar mede door de grote productiebossen van de hout- en papierindustrie groeit de bosoppervlakte in Europa. Sinds 1950 is het Europese bosoppervlak toegenomen met 30%. Met zorg wordt bos verbouwd, geoogst en hergeplant. 11% van het wereldwijd geoogste hout wordt direct door de papierindustrie gebruikt. Ter vergelijking: 50% van het geoogste hout wordt gebruikt om te verwarmen en koken. Verantwoord beheerde bossen dragen bij aan de vermindering van de klimaatverandering. Tropisch hout wordt niet gebruikt voor de productie van papier. De houtvezels daarvan zijn niet geschikt voor de papierproductie.
Pulp van houtvezels is de basis van papier. De pulp is een natuurproduct. Pulp is niet wit. Afhankelijk van de uiteindelijke toepassing wordt pulp gebleekt.
Pulp kan op verschillende wijzen worden gebleekt:
Chloorbleking komt vrijwel niet meer voor. Chloorbleking komt bij Nederlandse papierfabrieken zelfs helemaal niet voor. Bleekchemicaliën kunnen zijn zuurstof, waterstofperoxide en ozon.
Ja. Iedere vorm van productie kost energie en grondstof. Het maken van papier en karton kost relatief veel energie en water. De papierindustrie probeert zo efficiënt mogelijk om te gaan met energie en daarbij zoveel mogelijk grondstoffen te hergebruiken. Hout is de primaire bron van papier en karton. Bomen nemen CO2 op. Zij neutraliseren de CO2-uitstoot van de productie grotendeels. Jonge bomen nemen meer CO2 op dan oude bomen. Het bosoppervlakte in Europa groeit. De productiebossen van de hout- en papierindustrie zijn daar mede oorzaak van. Door gebruik van bio-energie, bijvoorbeeld uit hout(resten), kan de industrie vrijwel volledig in haar eigen energiebehoefte voorzien. De Europese papierindustrie verzorgt meer dan de helft van haar eigen energie met bio-energie. Sterker nog, de papierindustrie levert zoveel bio-energie dat zij inmiddels een grote energieleverancier is. De papierindustrie is koploper in de biobased economy. Ook restwarmte wordt ingezet in het productieproces. Ieder jaar stelt de industrie zich ten doel nog minder water te gebruiken. En dat lukt! Daarnaast wordt circa 90% van het gebruikte papier en karton ingezameld en hergebruikt. 75% van het in Nederland gemaakte papier en karton bestaat uit oudpapier.
De productie van papier is relatief energie-intensief. Echter, 54% van de door de Europese papierindustrie gebruikte energie is bio-energie. Ter illustratie: voor de productie van 200 kilo papier is 500 kWh nodig. 500 kWh is ook nodig om een desktop computer 5 maanden non-stop aan te laten of een 60 Watt lamp één jaar lang continu te laten branden.
Papier en CO2
Hout is de primaire bron van papier en karton. Bomen nemen CO2 op. Zij neutraliseren de CO2-uitstoot van de productie van papier en karton grotendeels. Door de CO2-opname van bomen vermindert de hoeveelheid CO2 in de lucht. Dit proces gaat door totdat de boom wordt verbrand of sterft. CO2 blijft in de pulp en in het papier. Een vel papier is daarmee een CO2-opslagplaats! Pas als hout of papier wordt verbrand komt de daarin opgeslagen CO2 vrij. Let wel, dat is eerder opgeslagen CO2. Wordt hout of oudpapier gebruikt als brandstof dan is sprake van een CO2-neutrale brandstof.
Het is lastig om een eenduidig antwoord te geven op deze vraag. Ten eerste is het antwoord afhankelijk van de soort papier waarop de vraag betrekking heeft. Maar ook van de manier waarop de uitstoot wordt berekend. Wordt een unieke eigenschap van de grondstof van papier en karton meegerekend dan ontstaat een ander antwoord dan wanneer dat niet gebeurt. Papier biedt net als hout CO2-opslag. Ook bij recycling blijft de CO2 bewaard in het papier. Door de hoeveelheid CO2 die aan de lucht wordt ontrokken (opname) door bomen wordt de CO2-emissie van de productie van papier en karton voor een belangrijk deel geneutraliseerd. Daarbij gebruikt de papierindustrie voor een groot deel bio-energie als brandstof. Die brandstof is CO2-neutraal.
Wordt de CO2-opname van bos niet meegerekend dan kan de CO2-emissie van de productie van een vel A4-papier worden vegeleken met de uitstoot die één Google-search-opdracht teweeg brengt.
Bij iedere productie van producten komt CO2 vrij, ook bij die van papier en tijdschriften. Hout is de primaire bron van papier en heeft een aantal zeer duurzame eigenschappen. Bomen nemen CO2 op. De CO2-opname van bomen vermindert de hoeveelheid CO2 in de lucht. Dit proces gaat door totdat de boom wordt verbrand of sterft. Bomen neutraliseren de CO2-uitstoot van de productie van papier grotendeels. De CO2 die is opgeslagen in het hout blijft ook opgeslagen in het papier. Een vel papier is een CO2 opslagplaats! Pas als hout of papier wordt verbrand komt de daarin opgeslagen CO2 vrij. Dat is dus eerder opgeslagen CO2 en dus CO2-neutraal. Weet ook dat geen industrie zo zorgvuldig omgaat met grondstoffen als de papierindustrie. In 54% van het energiegebruik van de Europese papierindustrie wordt voorzien met bio-energie. Dat is energie uit hernieuwbare bronnen, zoals boomschors en-takken die niet worden gebruikt voor het maken van papier. Nadat het papier gereed is kan het tijdschrift worden gemaakt. Ook daarbij wordt energie gebruikt en komt CO2 vrij. Denk aan het gebruik van computers, drukpersen en transport. Wordt de CO2-opname van bos niet meegerekend dan kan de CO2-emissie van de productie en distributie van 1 glossy tijdschrift worden vergeleken met:
Recycling
In Nederland wordt ruim 2,8 miljoen ton nieuw papier en karton per jaar gebruikt. Oudpapier en –karton zijn in Nederland de belangrijkste grondstof voor de productie van nieuw papier en karton. Het is dus geen afval. Weggooien bij het restafval is verspilling. Alleen oudpapier dat gescheiden van het restafval wordt ingezameld, kan worden hergebruikt. Oudpapier dat bij het restafval belandt is nat en vies, en daarmee ongeschikt voor recycling en hergebruik. Recycling bespaart grondstoffen. Door te hergebruiken kan een boom die CO2 opneemt blijven staan.
Oudpapier en –karton uit huishoudens en bedrijven worden gescheiden van het restafval ingezameld. Dit is een eerste stap naar recycling. Door het oudpapier na reiniging en sortering op te lossen in water wordt het papierpulp: vezelbrij. Daarbij komen de papiervezels los van elkaar. Vervuiling (zoals plakband, paperclips en nietjes) wordt verwijderd. Als van de vezelpulp nieuw wit papier en karton wordt gemaakt, wordt de pulp ontinkt en gebleekt. Pulp van oudpapier is namelijk altijd grijs door de drukinkt. Daarna wordt de pulp in de verhouding van 1% vezels en 99% water op de papier- of kartonmachine verwerkt tot nieuw papier en karton. Na droging is het product klaar.
Papier en karton zijn niet eindeloos recyclebaar. Papiervezels verliezen tijdens het recyclingproces een deel van hun sterkte-eigenschappen. Zo worden de vezels bij elke keer dat ze worden gebruikt korter. Dat komt door de behandeling van de vezelpulp die, voorafgaand aan de papier- en kartonproductie, telkens nodig is. Papier dat wordt gefabriceerd met verse vezels is sterker omdat de verse vezels langer zijn dan die uit het oudpapier. Een papiervezel gaat gemiddeld zes tot zeven keer mee. Sommige papiersoorten, zoals waardepapieren en bewaarboeken, worden gemaakt van 100% nieuwe, verse (hout)vezels. Diverse kartonsoorten worden volledig met vezels uit oudpapier geproduceerd.
Alle soorten papier (zonder plastic laagje), zoals kranten, tijdschriften, kopieerpapier, brochures, folders, papieren draagtassen, zakken, telefoongidsen, cadeaupapier, enveloppen (zonder noppenfolie), boeken, verpakkingspapieren, etc. Als het maar droog en schoon is.
Plastic hoesjes om reclamedrukwerk, koffiefilters, hygiëne- en sanitairpapier (tissues, luiers, toiletpapier, keukendoekjes etc.), geplastificeerd papier (vast te stellen door het te scheuren: kan dat niet, dan zit er een plastic laagje op en mag het niet bij het oudpapier), foto's en behangpapier (inclusief vinylbehang), dranken verpakkingen en kartonnen verpakkingen voor vloeibaar wasmiddel of wasverzachter. Papier of karton met verf-, olie- of voedselresten mag ook niet bij het oudpapier.
In Nederland wordt 2.630.000.000 kilo oudpapier (= 2,6 miljoen ton) ingezameld en gerecycled (2009). Dit is 94% van de totale hoeveelheid papier en karton die op de markt wordt gebracht.
94% van het gebruikte papier en karton wordt in Nederland ingezameld en hergebruikt. Nederland staat aan de top in Europa.
Van alle verpakkingen van papier en karton wordt 95% gerecycled (2009).
Van de kranten, tijdschriften, boeken en folders (grafische toepassingen) wordt 93% gerecycled (2009).
Papier en karton zijn niet eindeloos recyclebaar. Het recyclingproces maakt de papiervezels korter en slapper. Bij de productie van nieuw papier en karton zijn verse houtvezels nodig. Een papiervezel gaat 6 tot 7 keer mee. Ook is het zo dat niet al het papier en karton inzamelbaar en/of recyclebaar is. Ongeveer 10% wordt gebruikt om sanitaire producten (zoals toiletpapier en tissues), waardepapier, bewaarboeken en behang van te maken. Die producten worden niet gerecycled omdat ze niet kunnen of uit hygiënisch oogpunt niet mogen worden ingezameld. 100% hergebruik is daarom niet mogelijk. En dit betekent ook dat maximaal 90% van wat op de markt wordt gebracht, inzamelbaar en herbruikbaar is.
Oudpapier en karton zijn grondstof voor nieuw papier en karton. Daarvoor moet er wel het nodige gebeuren. Allereerst dient het papier te worden ingezameld. Is oudpapier en karton eenmaal opgehaald dan sorteren oudpapierondernemingen het op papierkwaliteit. Een onderscheid kan worden gemaakt tussen verpakkingen, gestreken en ongestreken papier. Afhankelijk van de vraag naar een specifieke productsoort worden deze oudpapier en kartonsoorten ingezet voor de productie daarvan. Vraag, aanbod, omstandigheden en materiaaleigenschappen bepalen de keuze en inzet. Gebruikt verpakkingskarton (bijvoorbeeld golfkarton) is niet geschikt voor het maken van nieuw, wit gestreken papier. Andersom is dat wel het geval.
Keurmerken
Er zijn verschillende keurmerken voor (producten van) papier en karton. Ieder milieukeurmerk heeft een eigen grondslag en doelstelling. FSC- en PEFC-keurmerken richten zich op de (duurzame) herkomst van de grondstoffen van papier en karton. Zij hebben betrekking op verantwoord bosbeheer. Het Europees Ecolabel, Nordic Ecolabel (Swan) en Blaue Engel richten zich behalve op de grondstoffen ook op de productieprocessen van producten en thema's als afval, energie- en watergebruik.
Keurmerken zijn belangrijke indicatoren voor de duurzaamheid van een product. Zij bieden een handvat aan de gebruiker. Voor een duurzaam eindproduct als een boek, doos of keukenrol is echter meer nodig dan een keurmerk alleen. Duurzaamheid is de optelsom van grondstoffen, productie, transport, ge- en hergebruik. Alle bij de productie en consumptie betrokken partijen dragen hun steentje bij aan de uiteindelijke duurzaamheid van het product.